De olie- en gasinkomsten die Suriname vanaf 2028 tegemoet gaan, zijn geen garantie op welvaart, maar een kans die vraagt om gedegen voorbereiding en structurele hervormingen. Dat stelt het SDG-Platform Suriname in een uitvoerige beschouwing over het Meerjaren Ontwikkelingsplan (MOP) 2027–2031. Het platform pleit voor meetbare doelen, investeringen in menselijk kapitaal en een nationaal ontwikkelingsorgaan dat de koers voor de lange termijn bewaakt.
Vanaf 2028 zullen de inkomsten uit de olie- en gassector merkbaar toenemen. Maar volgens het platform is de vraag niet hoeveel geld er binnenkomt, maar wat ermee wordt gedaan. “De rijkdom zit niet in de bodem, maar in de keuzes die wij maken met de opbrengsten”, zo luidt de centrale boodschap.
MOP als fundamenteel beleidsinstrument
Het komende MOP 2027–2031 speelt daarin een cruciale rol. Het plan is grondwettelijk verankerd en bepaalt de richting van de sociaaleconomische ontwikkeling van Suriname. Het platform benadrukt dat deze planperiode niet alleen samenvalt met de komst van olie-inkomsten, maar ook met de laatste jaren van de huidige Sustainable Development Goals (SDG’s), die in 2030 aflopen.
“Wat in deze jaren wordt gekozen, zal doorwerken tot ver voorbij 2031”, waarschuwt de beschouwing. Daarom is een langetermijnvisie nodig die verder reikt dan één regeerperiode.
Groei én inclusie
Economische groei is onmisbaar, maar niet voldoende, stelt het platform. SDG 8 (waardig werk en economische groei) is de motor, terwijl SDG 1 (geen armoede) het uiteindelijke doel vormt. “Zonder werk is er geen stabiel inkomen, en zonder inkomen kan armoede niet structureel worden teruggedrongen.”
De groei moet wel inclusief zijn. Jongeren, vrouwen en kwetsbare groepen moeten kunnen meeprofiteren. Alleen dan wordt economische ontwikkeling een instrument van sociale vooruitgang.
Van consumptie naar investering
Het platform waarschuwt voor de verleiding om oliegeld te gebruiken voor het dichten van consumptieve tekorten. Dat zou slechts een tijdelijk effect hebben. In plaats daarvan pleit het voor investeringen in mensen: onderwijs dat aansluit op de arbeidsmarkt van de toekomst, gezondheidszorg die productiviteit verhoogt, en een ondernemingsklimaat dat innovatie stimuleert.
“Local content needs local talent is geen slogan, maar een ontwikkelingsstrategie”, aldus het platform. Wanneer Surinamers zelf de dragers worden van economische groei, ontstaat duurzame verankering.
Lessen uit het buitenland
De beschouwing wijst op internationale ervaringen met grondstofrijkdom. Landen als Nigeria en Angola lieten zien dat zonder goed beleid de inkomsten kunnen leiden tot verdringing van andere sectoren, grotere ongelijkheid en afhankelijkheid van volatiele inkomsten. Ook bestuurlijke fragmentatie en politieke discontinuïteit vormen risico’s.
Daarom zijn sterke instituties, transparante besluitvorming en consistente nationale regie onmisbaar, stelt het platform.
Grondwet biedt handvat
Het SDG-Platform wijst daarbij op een bepaling in de Surinaamse Grondwet. Artikel 72f biedt de mogelijkheid tot het instellen van een nationaal ontwikkelingsorgaan dat het langetermijnbeleid kan bewaken, los van politieke wisselingen. Districtsraden kunnen volgens artikel 168, lid 2 zelfs vertegenwoordigers afvaardigen.
Het operationaliseren van dit orgaan zou het MOP kunnen plaatsen in een consistent, generatie-overstijgend perspectief, aldus het platform.
Samenwerking als sleutel
Ontwikkeling is geen solitaire opgave, benadrukt het platform. Overheid, private sector, vakbonden, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties moeten zich mede-eigenaar voelen van het nationale ontwikkelingspad. Alleen wanneer doelen breed worden gedragen, ontstaat duurzame vooruitgang.
Daarbij wijst het platform op de kracht van de Surinaamse diversiteit. “Bromtji jari is meer dan samenleven; het is samen bouwen.” Verschillen kunnen een bron zijn van creativiteit en veerkracht, juist in tijden van economische verandering.
Tijd dringt
Het SDG-Platform, waarin vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen en overheidspartners samenwerken, zegt de voortgang van het beleid kritisch te zullen volgen. “De urgentie is groot. Voor het behalen van de SDG’s resteert minder dan vier jaar. De keuzes in het MOP bepalen of Suriname deze mondiale doelen vertaalt naar tastbare resultaten voor de bevolking.”
De beschouwing sluit af met een oproep tot gezamenlijke verantwoordelijkheid: De middelen komen. De keuzes zijn aan ons. De toekomst van Suriname bouwen wij samen – in diversiteit, in verbondenheid en met gedeelde verantwoordelijkheid.
Bron: SDG Suriname
