De Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) heeft recent een peiling uitgevoerd onder haar leden om inzicht te krijgen in de perceptie van het bedrijfsleven ten aanzien van het huidige brandstofbeleid, met name de invoering van een price cap.

Uit de resultaten blijkt dat er binnen het bedrijfsleven begrip bestaat voor tijdelijke maatregelen in een context van internationale prijsstijgingen. Tegelijkertijd geeft het merendeel van de respondenten aan zich ernstig zorgen te maken over, de macro-economische effecten van het huidige beleid, met name ten aanzien van inflatie, overheidsfinanciën en wisselkoersstabiliteit.

Circa driekwart van de respondenten kwalificeert een generieke price cap – als vorm van objectsubsidie – als risicovol tot zeer risicovol voor de overheidsfinanciën, inflatieontwikkeling en wisselkoersstabiliteit. Daarnaast geeft het bedrijfsleven aan dat kostenstijgingen in belangrijke mate worden doorberekend in de economie, waardoor prijsinterventies slechts een tijdelijk dempend effect hebben.

De survey laat tevens een duidelijke voorkeur zien voor gerichter beleid. Ondernemers spreken zich in meerderheid uit voor ondersteuning die specifiek wordt gericht op kwetsbare groepen en, waar relevant, op sectoren die disproportioneel worden geraakt. Dit wordt gezien als efficiënter, rechtvaardiger en economisch duurzamer.

Verder benadrukt het bedrijfsleven dat aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn om de impact op te vangen. Daarbij ligt de nadruk duidelijk op:

  • het verlichten van de fiscale druk, en
  • het structureel aanpakken van de informele sector,
    beide genoemd door een grote meerderheid van de respondenten.

De VSB benadrukt dat duurzaam economisch beleid vraagt om consistentie, transparantie en een duidelijke langetermijnvisie. Tijdelijke maatregelen mogen niet uitgroeien tot structurele verstoringen van het economisch systeem.

De Vereniging roept daarom op tot een evenwichtige beleidsbenadering waarbij korte-termijn stabilisatie wordt gecombineerd met structurele hervormingen, gericht op macro-economische stabiliteit, een level playing field en versterking van het investeringsklimaat.