In het kader van haar 76-jarig bestaan organiseerde de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) op donderdag 30 april 2026 een strategische dialoogsessie in het Banquet Hall van Torarica. Onder de titel “Suriname 2050 – Governance voor de volgende generatie” werd duidelijk dat de grootste bedreiging voor de toekomstige olie-economie niet schuilt in techniek of marktprijzen, maar de kwaliteit van bestuur, integriteit van leiderschap en de institutionele weerbaarheid van de staat.

Wat volgde was een confronterende, maar noodzakelijke spiegel voor zowel de overheid als de samenleving, waarin pijnlijk zichtbaar werd hoe bestuurlijke zwakte, het ontbreken van consistent leiderschap en het structureel tekortschieten van toezicht en handhaving de duurzame ontwikkeling van Suriname ernstig kunnen ondermijnen. 

Eckhorst: “18 maanden om de basis te leggen”
Keynote speaker Karel Eckhorst opende met een boodschap die geen ruimte liet voor optimisme zonder voorbereiding. Suriname heeft nog ongeveer 18 maanden om de institutionele basis te leggen voor een duurzame olie-economie. Inkomsten uit een niet-duurzame sector moeten worden gebruikt als katalysator voor duurzame en inclusieve ontwikkeling, met nadruk op menselijk kapitaal.

Hij benadrukte de noodzaak van zowel publieke als private absorptiecapaciteit: de private sector om investeringen op te vangen, en de overheid om staatsfinanciën verantwoord te beheren. Instrumenten zoals het Spaar- en Stabilisatiefonds en het staatsbesluit houdbare overheidsfinanciën zijn volgens hem essentieel, maar slechts effectief bij politieke wil, discipline en uitvoeringskracht.

Eckhorst stelde daarnaast een reeks haalbare hervormingen voor binnen zes tot twaalf maanden, waaronder een online aanbestedingsportaal, bescherming van klokkenluiders, publicatie van vermogensverklaringen van politieke ambtsdragers en integriteitstoetsen bij topbenoemingen. “Veel van deze maatregelen kosten geen geld, alleen discipline en uitvoeringscapaciteit,” aldus Eckhorst.

Panel: systeemdruk en politieke realiteit
Onder leiding van moderator Kamlesh Ganesh bespraken panelleden Sharda Ganga, Antoon Karg, Daniela Herkul en Winston Ramautarsing de structurele uitdagingen in bestuur en economie.

Antoon Karg benadrukte dat beslissingen niet mogen worden beoordeeld vanuit partijbelang, maar vanuit rechtvaardigheid en algemeen belang. Hij wees op banken en verzekeraars die transparante procedures hanteren bij herbenoemingen, een voorbeeld voor de parastatale sector. Tot slot wees hij op het parlement: als het wettelijke quorum vereiste niet gehaald wordt, moeten DNA-leden de helft van hun salaris inleveren. “Daar moeten wij als samenleving om vragen.”

Sharda Ganga schetste een politieke realiteit waarin verkiezingswinst vaak leidt tot volledige staatscontrole, zonder voldoende checks and balances. Zij plaatste een fundamentele vraag: veel hervormingsvoorstellen gaan uit van politieke wil, “maar wat als die wil er niet is?” Zij riep het bedrijfsleven, vakbonden en maatschappelijke organisaties op om gezamenlijk druk uit te oefenen en wees op een bredere cultuur van normvervaging waaraan moet worden gewerkt. 

Daniela Herkul benadrukte dat hervormingen consequent moeten worden doorgevoerd. Zij pleitte voor openbare benoemingsprocedures, transparante profielschetsen, publicatie van jaarcijfers van staatsbedrijven en duidelijke kostenstructuren – transparantie als noodzakelijke voorwaarde voor vertrouwen. 

Winston Ramautarsing wees op het gevaar van de plotselinge inkomstenstijging vanaf 2028: “Van nul naar honderd in korte tijd – dat is een shock.” Hij onderschreef het belang van het Spaar- en Stabilisatiefonds en pleitte voor een begrotingssysteem dat rekent met een non-oil BBP. Daarnaast riep hij op tot hervorming van de begroting als herverdelingsmechanisme: “Als we meer geld uitgeven aan afvalophaling dan aan onderwijs, dan klopt er iets niet in onze afwegingen.”

Publiek: harde beoordeling van governance
Een live-enquête onder de aanwezigen gaf een scherp beeld van het vertrouwen in het bestuur na acht maanden regering:

  • 42% zeer zwak
  • 44% zwak
  • 12% gemiddeld
  • 2% sterk
  • 1% zeer sterk

Conclusie: collectieve verantwoordelijkheid centraal
Wat deze VSB-avond krachtig maakte, was het besef dat corruptie en falend bestuur geen incidenten zijn, maar symptomen van een systeem waarin procedures niet worden bewaakt, benoemingen te vaak op relaties rusten, toezichthouders onvoldoende worden gefaciliteerd en een cultuur van normvervaging van generatie op generatie wordt doorgegeven. De oplossing ligt niet alleen in nieuwe wetten, maar in een collectief moreel van zowel de overheid, het bedrijfsleven, de vakbeweging, maatschappelijke organisaties en uiteindelijk elke burger. De toekomst van Suriname wordt niet bepaald door de woorden die die avond vielen, maar door de daden die morgen volgen.

De gesprekken van 30 april 2026 markeren het begin van een langdurige, ongemakkelijke, maar noodzakelijke reis naar een beter bestuurde natie.