De Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) uit haar bezorgdheid over de beperkte structurele verankering van de National Risk Assessment (NRA) binnen het nationale beleid en de onvoldoende effectieve werking van anti-witwas coördinatie in de praktijk.
De NRA 2.0, uitgevoerd onder coördinatie van de autoriteiten en met ondersteuning van internationale partners, bevestigt dat Suriname belangrijke stappen heeft gezet in het versterken van het juridische en institutionele kader voor de bestrijding van witwassen, terrorismefinanciering en proliferatie van financiële criminaliteit. Tegelijkertijd onderstreept het rapport dat de effectiviteit van het systeem sterk afhankelijk blijft van implementatiecapaciteit, datakwaliteit en institutionele samenwerking tussen toezichthouders en opsporingsinstanties.
Beperkte structurele NRA-focus in beleidsuitvoering
Volgens de VSB blijft een fundamenteel knelpunt dat de NRA onvoldoende doorwerkt als continu beleidsinstrument binnen de overheid en toezichthoudende structuren. Hoewel de analyse een belangrijk strategisch kader biedt voor risicogebaseerde beleidsvorming, is de vertaling naar concrete, meetbare en gecoördineerde maatregelen in de uitvoeringsketen niet systematisch verankerd.
Dit leidt in de praktijk tot een situatie waarin risico-inschattingen en beleidsaanbevelingen versnipperd worden opgevolgd, zonder centrale prioritering of consequente monitoring. De VSB stelt dat hierdoor de oorspronkelijke doelstelling van de NRA – het opbouwen van een geïntegreerd risicogestuurd AML-systeem – slechts gedeeltelijk wordt gerealiseerd.
AML-coördinatie onder druk van fragmentatie
Een tweede belangrijk aandachtspunt betreft de werking van de nationale AML-coördinatiestructuren, waaronder de Anti-Money Laundering Steering Council (ASC) en de betrokken uitvoerende instellingen. Hoewel deze structuren formeel zijn opgezet om nationale afstemming te garanderen, wordt in de praktijk een gebrek aan operationele samenhang ervaren tussen beleid, toezicht en handhaving.
De VSB wijst erop dat verschillende instellingen met AML-verantwoordelijkheid niet altijd over voldoende data, capaciteit of onderlinge afstemming beschikken om risico’s consistent te vertalen naar toezichtsacties. Hierdoor ontstaat een implementatiekloof tussen strategische beleidsdoelstellingen en feitelijke uitvoering.
Deze fragmentatie heeft volgens het bedrijfsleven niet alleen gevolgen voor de effectiviteit van het AML-systeem, maar ook voor de voorspelbaarheid van het ondernemingsklimaat en de internationale reputatie van het financiële stelsel.
Noodzaak van geïntegreerde uitvoering en versterking van governance
De VSB pleit in dit kader voor een versterking van de institutionele coördinatie, waarbij risicoanalyse, beleidsvorming en handhaving nauwer worden geïntegreerd. Daarbij wordt ook gewezen op de noodzaak van betere data-architectuur en consistente rapportagelijnen tussen relevante instanties.
Zonder een dergelijke versterking blijft het risico bestaan dat Suriname wel beschikt over een relatief uitgebreid normatief AML-kader, maar dat de praktische effectiviteit daarvan achterblijft. Dit kan op termijn gevolgen hebben voor internationale compliance-eisen, correspondent banking relaties en investeringsvertrouwen. Internationale financiële transacties kunnen daardoor in gedrang komen.
Voor het bedrijfsleven is een goed functionerend AML-systeem niet enkel een juridische verplichting, maar een randvoorwaarde voor financiële stabiliteit, markttoegang en duurzame economische ontwikkeling.
