De Vereniging Surinaams Bedrijfsleven zal in de komende periode afstudeerscripties publiceren die aansluiten op de 10 duurzame prioriteiten voor het bedrijfsleven (de 10-puntenagenda). Deze agenda biedt richtinggevende prioriteiten die regeringen overstijgen en houvast geven aan zowel beleidsmakers als ondernemers bij de noodzakelijke transformatie van ons land.
Uit: afstudeerscriptie van Marlon Roosveld voor het behalen van een mastergraad in Business Law (MBL) aan het FHR Institute for Higher Education
Titel: “Taxation of Digital Goods and Data Transfers in Suriname”
Juni 2026
De wereldeconomie verandert in een hoog tempo. Waarde zat vroeger in tastbare spullen, maar verschuift nu naar digitale diensten. De inkomsten van de Surinaamse overheid leunen van oudsher op twee grote pijlers: belastingen op de winning van grondstoffen, zoals goud en olie, en invoerrechten op fysieke producten die het land binnenkomen. Omdat digitale diensten niet via een fysieke haven of grenscontrole binnenkomen, omzeilen ze het huidige belastingsysteem. E-commerce in het Caribisch gebied groeit enorm en de wereldmarkt voor digitale handel is gigantisch. Dit is een directe bedreiging voor de staatskas.
Vroeger was het simpel: als u een muziek-cd, dvd of een doos met software kocht, kwam dat via de haven binnen. De douane controleerde dit en er werden invoerrechten betaald. Tegenwoordig downloaden of streamen we diezelfde muziek, films en software van Netflix of clouddiensten. Deze digitale producten betalen nu onbedoeld geen belasting. Het is geen bewuste keuze van de overheid om digitale producten goedkoper te maken, maar komt doordat onze wetten hier simpelweg nog niets over zeggen. De wet is blind voor digitale transacties. Het Ministerie van Financiën moet de bestaande regels daarom gaan moderniseren om deze belastinglek snel te dichten.
Het belastingstelsel in Suriname worstelt enorm met de opkomst van de digitale wereld, omdat de huidige wetten simpelweg zijn geschreven voor tastbare spullen. De basis hiervoor ligt in de Scheepvaartwet van 1908. De wet gaat ervan uit dat een product een fysiek object is dat je kunt vasthouden, wegen of meten. Daarnaast moet het product echt een fysieke land- of watergrens oversteken, zoals een schip dat aanmeert in de haven van Paramaribo. Ook gaat de wet ervan uit dat je precies kunt aanwijzen op welk tijdstip dat gebeurt. Omdat digitale data geen gewicht heeft en direct en onzichtbaar via het internet het land binnenstroomt, zijn deze oude regels onbruikbaar geworden.
Zelfs de modernere Invoerrechtenwet van 1996 mist de digitale boot door een aantal ingebouwde fouten. De controles vinden nog steeds ouderwets plaats in fysieke havens en magazijnen, waar je digitale downloads natuurlijk nooit gaat aantreffen. Bovendien kent deze wet de categorie digitale import niet.
Een ander groot probleem is dat de wet alleen de lokale Surinaamse importeur aansprakelijk stelt voor belastingen. Wanneer een consument rechtstreeks software of een onlinedienst koopt bij een buitenlands bedrijf, heeft dat buitenlandse bedrijf volgens de huidige wetgeving geen enkele belastingplicht in Suriname.
De wet kijkt momenteel alleen naar het fysieke landgebied en de zeezone, en houdt geen rekening met een zogenaamde digitale marktaanwezigheid. Grote techbedrijven hebben hierdoor een enorme economische voetafdruk en veel klanten in Suriname, zonder dat ze er een kantoorpand bezitten of een cent belasting betalen. Dit moet veranderen om Surinaamse ondernemers, die wel netjes aan alle regels moeten voldoen, een eerlijke kans te geven.
De invoering van de Belasting over de Toegevoegde Waarde (BTW) in 2023 was een grote stap vooruit, maar er is één grote fout gemaakt rondom de digitale economie. De huidige regels zorgen er onbewust voor dat internationale Tech-giganten worden bevoordeeld ten koste van Surinaamse bedrijven. De maas in de wet zit in de regel voor de “plaats van de dienstverlener”. De wet zegt dat een dienst wordt geleverd op de plek waar het bedrijf gevestigd is. Hierdoor zijn digitale diensten van buitenlandse bedrijven aan Surinaamse consumenten nu vrijgesteld van BTW. De Wet BTW 2022 vergeet namelijk expliciet te praten over de “invoer van diensten”. Dit geeft buitenlandse platformen een direct prijsvoordeel van 10%. Internationale streaming-, cloud- en advertentieplatformen opereren dus volledig belastingvrij in Suriname en telkens wanneer een Surinamer een digitaal abonnement afsluit in plaats van een fysiek product in een lokale winkel koopt, verliest de overheid belastinginkomsten. Vanwege het ontbreken van een registratiesysteem voor buitenlandse leveranciers, staat onze belangrijkste belastingwet buitenspel in de snelst groeiende sector van de economie.
De oplossing in ons Burgerlijk Wetboek
Om dit op te lossen, hoeft Suriname niet de hele wetgeving om te gooien, onze wetten bieden hier namelijk al ruimte voor. Volgens het Nieuw Burgerlijk Wetboek (SBW) hoeft een “goed” niet per se iets tastbaars te zijn. De wet kijkt naar de functie en de economische waarde. Als een digitaal bezit, zoals data of software, overgedragen kan worden, beheersbaar is en geld waard is, dan mag en moet de belastingdienst dit volgens de wet gewoon als een “goed” zien. Kortom: data heeft waarde en is verhandelbaar. Het Ministerie moet daarom het principe van “functionele gelijkheid” toepassen en digitale producten fiscaal hetzelfde behandelen als fysieke producten.
Suriname hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden. We moeten kijken naar internationale standaarden om te zorgen dat buitenlandse bedrijven niet gaan “spelen” met onze regels. Het Franse model is een goed voorbeeld voor Suriname. Het werkt met een dubbele grens: er wordt pas belasting geheven als een bedrijf wereldwijd én specifiek in het land veel geld verdient. Hierdoor worden lokale startups volledig ontzien, maar betalen grote internationale bedrijven belasting op de plek waar hun gebruikers de data genereren.
We moeten de verandering in drie logische fasen uitvoeren om de belastingdienst niet te overbelasten.
Fase 1: De BTW-wet aanpassen met een omzetgrens
Wet BTW 2022 aanpassen en buitenlandse digitale platformen moeten verplicht worden zich te registreren voor de BTW. Om Surinaamse ondernemers te beschermen, kan een dubbele omzetgrens ingevoerd worden, zoals in het Franse model. Alleen Tech-giganten die veel verdienen aan Surinaamse consumenten moeten BTW afdragen. Zo vangen we de inkomsten van “Big Tech” zonder lokale innovatie te remmen.
Fase 2: De waarde van software meerekenen bij de douane
Volgens internationale douaneregels wordt software gezien als onderdeel van een product. Als een bedrijf een “slimme” machine importeert, moet de douane de waarde van de ingebouwde software meerekenen in de totale waarde. Een slimme machine moet worden belast op basis van wat het economisch kan, niet alleen op basis van het gewicht van het metaal.
Fase 3: De belastingdienst klaarmaken voor de toekomst
Regels werken pas als je ze kunt controleren.
- Belastinginspecteurs en douaniers opleiden in digitale controle en het onderzoeken van online geldstromen.
- Investeren in ICT-systemen om digitaal verbruik in Suriname te kunnen meten.
- Samenwerken met b.v. CARICOM om belastinggegevens met andere landen te delen.
Conclusie
We moeten stoppen met het apart behandelen van de digitale wereld. Door digitale diensten via een moderne uitleg van ons Burgerlijk Wetboek gelijk te stellen aan gewone goederen, trekken we de markt recht en beschermen we de Surinaamse staatskas. Fiscale onafhankelijkheid in het digitale tijdperk is een kwestie van politieke wil en durf.
