De Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) heeft op uitnodiging van de Commissie van Rapporteurs van De Nationale Assemblee (DNA) op 5 augustus 2026 haar technische visie gegeven op de Ontwerpwet Ongevallenregeling (SOR). De vergadering, onder voorzitterschap van mevrouw S. Afonsoewa, maakte deel uit van de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel.
Bedrijfsarts drs. Jan van Charante verzorgde tijdens deze vergadering een inhoudelijke presentatie, waarin hij de ontwerpwet beoordeelde vanuit medisch, arbeidsgezondheidskundig en preventief perspectief. Daarbij benadrukte hij dat een moderne ongevallenregeling niet uitsluitend moet voorzien in schadeloosstelling na een ongeval, maar vooral moet bijdragen aan het voorkomen van arbeidsongevallen en beroepsziekten door een goed functionerende bedrijfsgezondheidszorg. Tevens pleitte hij voor een betere afstemming tussen de Ongevallenregeling, de Arbowet en de bestaande veiligheidsvoorschriften, zodat één samenhangend en toekomstbestendig stelsel voor arbeidsveiligheid ontstaat.
Tijdens de behandeling heeft de VSB aangegeven dat zij de modernisering van de Ongevallenregeling ondersteunt, maar dat de huidige ontwerpwet op diverse onderdelen juridisch, medisch en uitvoeringstechnisch nadere uitwerking behoeft. In haar schriftelijke bijdrage is onder meer aandacht gevraagd voor de ruime definities van werkgever en werknemer, de overlap tussen het begrip ongeval en beroepsziekte, de aansprakelijkheid van de laatste werkgever bij beroepsziekten en de uitbreiding van de regeling naar woon-werkverkeer. Volgens de VSB kunnen deze bepalingen leiden tot aanzienlijke rechtsonzekerheid en disproportionele aansprakelijkheid voor werkgevers.
Van Charante besteedde in zijn presentatie bijzondere aandacht aan de medische aspecten van de ontwerpwet. Hij wees erop dat de beoordeling van beroepsziekten specialistische deskundigheid vereist en niet uitsluitend aan een algemeen arts of een commissie zonder specifieke expertise kan worden overgelaten. Ook plaatste hij kanttekeningen bij de voorgestelde omkering van de bewijslast bij beroepsziekten (artikel 23) en benadrukte hij dat een zorgvuldig medisch causaal verband moet worden vastgesteld voordat aansprakelijkheid kan worden aangenomen. Daarnaast vroeg hij aandacht voor een duidelijke regeling van aanstellingskeuringen en periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek, waarbij uitsluitend functies met aantoonbare arbeidsrisico’s daarvoor in aanmerking zouden moeten komen.
Verder heeft de VSB gewezen op de noodzaak van een evenwichtige aansprakelijkheidsregeling, een duidelijke scheiding tussen wettelijke uitkeringen en civielrechtelijke schadevergoedingen, een actuariële onderbouwing van de verplichte verzekeringsplicht en een uitvoerbare meldingssystematiek. Ook werd benadrukt dat de voorgestelde onmiddellijke inwerkingtreding onvoldoende ruimte biedt aan werkgevers, verzekeraars en uitvoeringsinstanties om zich op de nieuwe regeling voor te bereiden.
De VSB heeft de Commissie van Rapporteurs geadviseerd de ontwerpwet eerst technisch, juridisch, medisch en actuarieel te herzien alvorens deze verder in behandeling te nemen.
Foto: DNA
