De Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) heeft met bezorgdheid kennis genomen over Algemene Beschikking No. 228 van de Deviezencommissie. Op grond van deze beschikking moeten exporteurs hun exportopbrengsten repatriëren en minimaal 35% daarvan binnen drie werkdagen verkopen aan een deviezenbank in Suriname.
Hoewel de VSB het belang van voldoende vreemde valuta voor de Surinaamse economie onderschrijft, heeft deze algemene verplichting onbedoeld nadelige gevolgen voor lokale productiebedrijven. Vooral producenten van voedingsmiddelen, hygiëneproducten en gebruiksartikelen hebben vreemde valuta nodig voor de import van grondstoffen, verpakkingsmateriaal, machines, onderdelen en andere kapitaalgoederen.
Wanneer een aanzienlijk deel van hun eigen valutaopbrengsten verplicht moet worden omgezet in Surinaamse dollars, moeten deze bedrijven later opnieuw vreemde valuta aankopen om hun importverplichtingen te kunnen voldoen. Dit leidt tot extra kosten, onzekerheid en vertraging. Investeringen in nieuwe machines, uitbreiding van de productiecapaciteit en verdere exportontwikkeling worden hierdoor ernstig bemoeilijkt. Opschaling van de productiesector wordt daarmee vrijwel onmogelijk.
De VSB heeft reeds op 21 november 2025 voorgesteld om producerende bedrijven die minder dan 60% van hun totale omzet exporteren, vrij te stellen van de retentieregeling. Deze bedrijven produceren immers voornamelijk voor de lokale markt en dragen daarmee bij aan werkgelegenheid, importvervanging en economische diversificatie.
Een gerichte vrijstelling is noodzakelijk om lokale productie te beschermen en ondernemingen in staat te stellen hun eigen importbehoeften te financieren met hun zelf verdiende valuta.
