De Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) heeft advies uitgebracht aan de minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur over de mogelijke herintroductie van het sterk praktijkgerichte LBO-B-onderwijs. De VSB is nadrukkelijk van oordeel dat een dergelijke ingrijpende onderwijsbeslissing niet mag worden ingegeven door politieke overwegingen of de wens om bepaalde groepen op korte termijn tevreden te stellen.

Beroepsonderwijs moet jongeren en werkenden een duidelijk toekomstperspectief bieden en hen via een actueel, praktijkgericht curriculum snel en doelgericht laten aansluiten op de arbeidsmarkt. Langdurige opleidingstrajecten zonder zichtbare tussenresultaten, erkende deelcertificaten of concreet uitzicht op werk kunnen demotiverend werken en het risico vergroten dat jongeren afhaken of hun toekomst buiten Suriname zoeken. Daarom zijn ook flexibele, kortere opleidingstrajecten van één tot twee jaar nodig, met mogelijkheden voor verdere specialisatie en doorstroming. Goed beroepsonderwijs is daarmee niet alleen van belang voor het bedrijfsleven, maar ook voor de persoonlijke ontwikkeling en bestaanszekerheid van jongeren en werkenden én voor duurzame economische groei.

Geen opleiding zonder perspectief
De herintroductie of hervorming van praktijkgericht beroepsonderwijs kan waardevol en zelfs noodzakelijk zijn, maar uitsluitend wanneer vooraf duidelijk is aan welke beroepen, vaardigheden en kwalificaties daadwerkelijk behoefte bestaat. Het heeft geen zin opleidingen aan te bieden die onvoldoende aansluiten op de arbeidsmarkt en jongeren na afronding zonder realistisch perspectief op werk, doorgroei of zelfstandig ondernemerschap achterlaten.

Suriname heeft dringend behoefte aan goed opgeleide vakmensen, technici, operators en andere praktisch geschoolde medewerkers. Die behoefte zal verder toenemen door de ontwikkelingen in onder meer de productie, bouw, techniek, agro-industrie, logistiek, dienstverlening en olie- en gassector.

Daarom moeten overheid, onderwijsinstellingen en bedrijfsleven gezamenlijk vaststellen welke competenties nu en in de komende jaren nodig zijn. Daarbij moet niet alleen naar volledige meerjarige opleidingen worden gekeken. Er bestaat ook behoefte aan gerichte praktijkopleidingen van één tot twee jaar, waarmee jongeren en volwassenen concrete vaardigheden kunnen verwerven voor een beroep als vakman, technicus of operator.

Geen oud systeem onder een nieuwe naam
Een goed gedragen en doordacht besluit vereist meer dan het opnieuw invoeren van een bestaande onderwijsvorm. Zonder arbeidsmarktonderzoek, moderne curricula, gekwalificeerde docenten, geschikte praktijkfaciliteiten, stages, betrokkenheid van bedrijven en duidelijke kwaliteitsnormen dreigt een oud systeem slechts onder een nieuwe naam te worden voortgezet.

Dat zou geen hervorming zijn en biedt evenmin een structurele oplossing voor jeugdwerkloosheid, voortijdige schooluitval of het tekort aan vakmensen. Jongeren verdienen geen onderwijsroute die voornamelijk wordt ingevoerd om politiek daadkrachtig over te komen. Zij hebben recht op kwalitatief onderwijs dat leidt tot erkende competenties en reële kansen op de arbeidsmarkt.

Ook moet worden voorkomen dat praktijkgericht onderwijs opnieuw wordt behandeld als een minderwaardige leerroute voor leerlingen die binnen het theoretische onderwijs onvoldoende aansluiting vinden. Vakonderwijs moet juist worden gepositioneerd als een volwaardige en aantrekkelijke keuze, met mogelijkheden voor certificering, doorstroming, verdere specialisatie en ondernemerschap.

Structurele samenwerking met het bedrijfsleven noodzakelijk
Het bedrijfsleven moet vanaf het begin worden betrokken bij de ontwikkeling van opleidingen en niet pas wanneer afgestudeerden onvoldoende blijken aan te sluiten op beschikbare functies. Werkgevers kunnen bijdragen aan het bepalen van beroepsprofielen, het actualiseren van curricula, het aanbieden van praktijkplaatsen en het beoordelen van de competenties waarmee studenten de opleiding verlaten.

De Minister slaat de plank volledig mis door besluiten te nemen buiten het bedrijfsleven, het hart van de werkgelegenheid, om. Zonder adequaat praktijkonderwijs en de nadruk leggen op het leren in de klas is niet waar het beroepsonderwijs voor staat.

De VSB pleit daarom voor een structureel samenwerkingsmodel tussen onderwijs, bedrijfsleven, leraren of hun vertegenwoordigende vakbonden. Opleidingen moeten periodiek worden geëvalueerd aan de hand van concrete resultaten, waaronder het aantal afgestudeerden dat werk vindt, de tevredenheid van werkgevers en de mate waarin opleidingen bijdragen aan het verminderen van tekorten op de arbeidsmarkt.

De centrale vraag mag niet zijn welke maatregel op korte termijn politiek aantrekkelijk is. De vraag moet zijn welk onderwijs jongeren duurzaam perspectief biedt en Suriname voorziet van de vakmensen die nodig zijn voor economische en maatschappelijke ontwikkeling.

Onderwijsbeleid moet toekomstgericht, kwalitatief, doordacht en aantoonbaar afgestemd zijn op de behoeften van de arbeidsmarkt. Minder mag de samenleving niet accepteren.

De VSB heeft haar visie en concrete aandachtspunten hierover duidelijk aan de minister kenbaar gemaakt. Wij vertrouwen erop dat deze inbreng serieus wordt meegewogen bij de verdere besluitvorming, zodat gezamenlijk kan worden gewerkt aan toekomstbestendig beroepsonderwijs dat jongeren perspectief biedt en aansluit op de behoeften van de Surinaamse arbeidsmarkt.

Lees hier verder: