De Surinaamse economie laat in 2026 verdere tekenen van herstel zien. Uit het 30ste bulletin van de Suriname Economic Oversight Board (SEOB) blijkt dat de economische bedrijvigheid aantrekt, de inflatie verder is teruggelopen en de internationale reserves op een stevig niveau blijven. Tegelijkertijd waarschuwt de SEOB dat de overheidsfinanciën, de hoge staatsschuld en de ontwikkeling van de liquiditeit belangrijke aandachtspunten blijven.
De economische bedrijvigheid liet in de eerste maanden van het jaar een duidelijke versnelling zien. De groei van de Monthly Economic Activity Index (MEAI) nam toe van 7,7% in januari naar 9,6% in april 2026. Het herstel wordt onder meer gedragen door handel, accommodatie- en voedingsdiensten, elektriciteit, watervoorziening en de overheid. De ontwikkeling is echter niet in alle sectoren gelijk: landbouw, industrie en constructie bleven achter, terwijl ook de mijnbouw in april terugviel.
Ook aan het inflatiefront is sprake van verbetering. De jaar-op-jaar inflatie daalde van 10,4% in juni naar 8,9% in juli, waarmee deze weer op een enkelcijferig niveau uitkwam. De maandinflatie nam tegelijkertijd af van 1,2% naar 0,5%. De wisselkoers bleef relatief stabiel: de Amerikaanse dollar bewoog van SRD 37,6 in juni naar SRD 37,8 in juli.
Positief is verder de ontwikkeling van de internationale reserves. Deze stegen in juli naar ongeveer USD 2,0 miljard, terwijl de importdekking verbeterde naar 8,2 maanden. Daarmee ligt de externe buffer volgens de SEOB ruim boven de internationaal gangbare norm van drie maanden importdekking.
Daartegenover staat een duidelijke verslechtering van de overheidsfinanciën in mei. De overheidsontvangsten daalden naar SRD 4,4 miljard, terwijl de uitgaven opliepen tot SRD 8,0 miljard. Hierdoor sloeg de totale rekening om naar een tekort van SRD 3,6 miljard. Ook de staatsschuld blijft hoog. In juni bedroeg deze volgens de wettelijke definitie 119,6% van het BBP en volgens de internationale definitie 74,5%.
Voor het bedrijfsleven blijft ook de financieringsomgeving relevant. De gemiddelde leenrente daalde weliswaar licht van 13,9% naar 13,8%, maar blijft volgens de SEOB relatief hoog en kan daardoor kredietverlening en investeringen blijven remmen. De bankensector zelf laat daarentegen gunstige stabiliteitsindicatoren zien, waaronder een solvabiliteitsratio van 19,8% en een daling van de netto niet-renderende leningen naar 2,3%.
SEOB vraagt om structurele hervormingen
De SEOB benadrukt dat het economische herstel nog kwetsbaar is en pleit daarom voor het vasthouden aan fiscale discipline en verdere structurele hervormingen. Onder meer wordt aandacht gevraagd voor fiscale transparantie, een middellangetermijnkader voor belastingbeleid, versterking van het Spaar- en Stabilisatiefonds en actief schuldmanagement. Ook noemt de SEOB het belang van het afkondigen van de Aanbestedingswet en verdere versterking van cruciale overheidsinstituten.
Voor het bedrijfsleven is met name de oproep tot economische diversificatie, investeringsbevordering en exportgroei relevant. De SEOB noemt daarbij expliciet landbouw, visserij, agro-processing, diensten en (eco)toerisme als sectoren met potentieel. Daarnaast beveelt de SEOB aan dat overheid en bedrijfsleven op korte termijn gezamenlijk een productie- en exportgroeistrategie ontwikkelen.
Voor de VSB sluiten deze aandachtspunten aan bij het belang van een voorspelbaar ondernemingsklimaat waarin macro-economische stabiliteit gepaard gaat met ruimte voor investeringen, productie en export. De verbeterende indicatoren zijn bemoedigend, maar duurzaam herstel vraagt ook om beheersbare overheidsfinanciën, institutionele versterking en beleid dat private investeringen daadwerkelijk faciliteert.
